Qualityfreaks
Vorige
pagina
E-mailadres: info@saunastudie.nl
Saunastudie
Auteursrecht
Erik Bierenbroodspot 
Disclaimer
Vraag?

 

 

 

Studiecentrum.
Saunagebruik.
Saunabedrijven.
Opleidingen.
Vacatures.
Leveranciers.
Adverteren.
Nieuwsbrief.
Weer & verkeer.
Contact.

Direct zoeken in saunastudie.nl met Google. Voer uw zoekwoord in:

Stel een vraag over sauna
Nieuws.
Sitemap.
Gastenboek.
Qualityfreaks.

 

 

Training & opleiding

www.wellnessprofs.nl

KACHELOMMURING: Hout- en gaska­chels worden in een sauna vaak ingebouwd binnen een stenen muurtje of worden met gestapelde stenen omgeven. De stenen die hiervoor gebruikt worden nemen deel aan de warmtebuffering en zorgen voor een regelmatig saunaklimaat. Voor een juiste luchtcirculatie binnen de saunakachel is het belangrijk dat er aan de onderkant van de ommuring voldoende openingen aanwezig zijn om lucht te laten toestromen. De opgewarmde lucht verdwijnt aan de bovenkant uit de kachel en moet van onderen aangevuld worden met koudere lucht.

KERNTEMPERATUUR: Lichaamstempe­ratuur, met betrekking tot de lichaamstemperatuur onderscheidt met de oppervlaktetemperatuur en de kerntemperatuur. Deze is, door in de lichaamsfuncties ingebouwde mechanismen, in principe constant rond de 37 graden Celsius. Tijdens een saunabad kan de lichaamstemperatuur tot maximaal 38 graden oplopen, (kunstmatige koorts. )

KINDERSAUNA: in het land waar het saunabad tot de familietraditie gerekend mag worden, gaan kinderen, zelfs zuigelingen, onbeperkt met hun ouders in de sauna. Wetenschappelijke onderzoekingen hebben in Finland uitgewezen dat de hoge temperaturen in de  sauna geen schade veroorzaken. Met name bij zuigelingen is toch enige voorzichtigheid geboden, omdat het vermogen om de lichaamstemperatuur te regelen bij de allerkleinsten nog niet goed functio­neert. Men dient erop attent te zijn, dat kinderen, wegens hun in verhouding grotere huidoppervlak, sneller oververwarmd zullen worden dan volwassenen. Bovendien zullen veel kinderen in hun spel niet zelf bepalen wanneer ze de sauna moeten verlaten. Kinderen in de sauna is daarom alleen toegestaan als ze door een verantwoordelijke volwassene begeleid worden. De verantwoordelijkheid zal dan ook volledig gelegd moeten worden bij de begeleider terwijl de sauna-exploitant alle verantwoordelijkheid zal moeten afwijzen. Door sommige saunabedrijven worden kinderen geheel geweerd of enkel tijdens "familieuren" toegelaten. Of dit een wijze maatregel tegenover de toekomstige volwassen saunagasten is, staat ter discussie. In ieder geval is het een feit dat kinderen de rust in een sauna behoorlijk kunnen verstoren. Om op deze onrust toe te zien is ook een taak van de begeleiders !

KNEIPP: Sebastian Kneipp, mag gerekend worden tot de pioniers van de natuurgeneeskunde. Deze vorm van geneeskunde had in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, vooral in Duitsland zeer veel aanhangers. In Duitsland bestaan daarom nog talloze "Kneippvereine" en veel van deze verenigingen waren de oorsprong van openbare sauna's. Vooral de afspoelingen met koud water, ("Kneippslang") en het warme voetenbad zijn ontleend aan de voorschriften van Sebastian Kneipp. In het land van de sauna, Finland, wordt de sauna veel eenvoudiger beleefd dan hier, het warme voetenbad en de Kneippslang zijn daar geheel onbekende fenomenen.

KOORTS: (lichaamstemperatuur) Deze ligt bij de mens op ongeveer 37 graden Celsius. Als de lichaamstemperatuur boven deze waarde komt, spreekt men van koorts. Normaal ontstaat koorts als afweerreactie tegen een infectieziekte. In de warme saunacabine wordt de koorts kunstmatig opgewekt, waarbij het gezonde lichaam reageert alsof het ziek is en afweerstoffen tegen infecties gaat aanmaken. Dit verklaart het feit dat regelmatige saunabezoekers een verhoogde weerstand tegen allerlei infectie blijken te hebben.

KOUDEAFWEER: Bij afkoelprikkels, vooral bij onderkoeling, reageert het lichaam met twee tot drie maatregelen
Vermindering der warmteaf­gifte door terugdringen van de huidtemperatuur
 door het terugtrekken van bloed uit de huid (de huid wordt bleek)
 oprichten van de huidharen en het   ontstaan van kippenvel, waardoor de grenslaag vergroot wordt.
Vergroting van de warmteproductie door activering van de spieractiviteit en verhoging van de spierspanning.
 Verhoging van de spierarbeid door het huidoppervlak in trilling te brengen (huiveren of sidderen)

KOUDWATERAFKOELING: Voor de lichaamsafkoeling is het gebruik van koud water noodzakelijk. In de sauna gebruikelijke methoden zijn; afkoelslang, afkoeldouche, stortemmer, waterval, neveldouche en het koude dompel­bad. Ook worden dompelbaden met luchtinjectie gebruikt (koude whirlpool)

KRANSSLAGADERS: Deze voorzien het hart, via hun doorbloeding, van zuurstof en voedingsstoffen. Deze doorbloedingsbehoefte stijgt met de belasting van het hart. Uit electrocardiografische onderzoeken is bekend dat de doorbloeding van de kransslagaders zich verbetert bij, op de juiste wijze genomen, saunabaden. Daarom is het saunabad, bij specifieke ziektegevallen, als therapie geaccepteerd bij revalidatie bij hartinfarcten. Bij patiënten met hartafwijkingen dient ten allen tijde de onderdompeling in koud water achterwege te blijven wegens de daardoor teweeggebrachte bloeddrukstijging. Van de andere kant heeft het warme voetenbad een aantoonbaar gunstige uitwerking op de bloedsomloop en daardoor ook op de hartfunctie.

KRUIDENBAD: (zie ook etherische oliën, oliebad) Onderscheid dient gemaakt te worden tussen het kruidenluchtbad en het Kruidenbad waarbij de kruiden in het water opgelost zijn. Het kruidenluchtbad maakt gebruik van de uitwerking van etherische oliën op het menselijke organisme en de psyche. Diverse kruiden of etherische oliën kunnen via de lucht worden ingeademd. Er zijn meer dan duizend verschillende geuren bekend die allemaal een verschillende uitwerking hebben. Het oplossen van kruiden in water heeft waarschijnlijk weinig zin, omdat de kruiden toch via de neus en de smaak in het lichaam komen. Kruiden kunnen dus beter in de lucht boven het water (eventueel als oliebad) verneveld worden. Het oplossen van kruiden in een kruidenbad heeft als consequentie dat het bad moeilijk kan voldoen aan de wettelijke eisen van de WHVZ* (Het kaliumpermanganaatverbruik zal te hoog zijn wegens teveel organische stoffen in het water)

LACONIUM: In het antieke Rome, de sterkst verwarmde ruimte, in een stenen, overkoe­pelde ruimte met een doorsnede van ongeveer 6 meter was in het midden een metalen korf met gloeiende houtskool geplaatst. De Infraroodstraling* vanuit deze houtskool had (volgens moderne onderzoeken,) exact de juiste golflengte (1400 tot 1600 nm. ) voor het bestrijden van spierpijnen en reumatische aandoeningen. Rondom de houtskoolkorf was een stenen bank aangebracht waar men naar keuze, met het gezicht of de rug naar de stralingsbron, op kon plaatsnemen. In de moderne Therme komt het Laconium meer en meer terug, maar dan met Halogeenstralers voor het opwekken van de juiste Infraroodstraling.

LICHAAMSDOUCHE: Douche-inrichting waarbij de sproeiers horizontaal op verschillende hoogte, om het hele lichaam rondom besproeien met warm of koud water. Alvorens een lichaamsdouche te monteren dient te worden nagegaan of de beschikba­re waterhoeveelheid en de waterdruk voldoende zijn. In veel lichaamsdouches blijkt enkel water uit de laagste sproeiers te komen.

LIGDOEK: Uit hygiënische reden is het noodzakelijk te voorkomen dat zweet direct op het hout van de banken komt. Bovendien is het hout van de banken vaak zo warm dat men er niet zonder een ligdoek op liggen of zitten kan. De ligdoek dient altijd voldoende lang te zijn dat men er languit op kan liggen (190 tot 200 cm) ook de breedte van de doek is in de openbare sauna zeer belangrijk, als de doek te breed is, zal er op de banken minder plaats zijn. De meest ideale breedte is 60 tot 70 centimeter. Wanneer er in de sauna gezeten wordt, dient de doek (of de doeken) zich ook onder de voeten te bevinden. Meestal wordt er niet aan gedacht dat bij de opeenvolgende saunagangen, de ligdoek altijd met dezelfde kant boven moet liggen, bij het om en om gebruiken van de doek, zal het zweet van de vorige ronde alsnog op de bank terechtkomen. Men zou bij de verhuur van ligdoeken kunnen kiezen voor een tekst met "deze zijde boven" of iets dergelijks.

LUCHTOMLOOP: de beweging van de ruimtelucht in een saunacabine volgt een typisch patroon, boven de kachel beweegt zich een kolom zeer sterk opgewarmde lucht in de richting van het plafond, daar stroomt de warme lucht, onder een geringe afkoeling, met een snelheid van 15 - 20 cm per seconde langs de wanden weer naar beneden. De door de wanden, maar vooral door de ademhalingslucht afgekoelde lucht beweegt zich tussen de latten van de banken door naar de vloer, vandaar zal een deel in het ventilatiekanaal wegstromen, een ander deel zal naar de kachel terugstromen om daar opnieuw te worden opgewarmd. Uit bovenstaand wordt duidelijk dat de stromingsrichting in een saunacabine precies tegengesteld is aan die in normale ruimten, waar de afgewerkte lucht zich juist onder het plafond verzamelt.

LUCHTVERDUNNINGSEFFECT: De lucht in een sauna wordt opgewarmd van 20 graden tot 100 graden en zet daarbij uit. Omdat de sauna van een ventilatiekanaal is voorzien, zal daarbij geen drukverhoging optreden, maar de overmaat aan lucht zal via het ventilatiekanaal wegstromen. Dit heeft tot gevolg, dat weliswaar de verhoudingen in het luchtmengsel gelijk blijven (20% zuurstof) maar de absolute hoeveelheid zuurstof afneemt. Per ademteug krijgt men dus minder zuurstofdeeltjes binnen. Gecombineerd met de mogelijke condensatie in de longblaasjes kan de toegevoerde hoeveelheid zuurstof naar het bloed zelfs aanmerkelijk minder zijn dan normaal. Omdat er in de saunacabine geen lichamelijk arbeid verricht wordt, is de zuurstofbe­hoefte ook kleiner en heeft dit verschijnsel geen merkbaar effect op het lichaam. Duidelijk is dat een eventueel zuurstoftekort bij de afkoeling, (waar precies het omgekeerde gebeurt) weer wordt opgeheven.

LÖYLY: Fins voor de opgieting met water over de stenen van de saunakachel. Voor veel saunagebruikers een essentieel onderdeel van het traditionele bad. De Finnen wensen elkaar "Hyvia löylyaa" als speciale wens voor een goed en genoeglijk saunabad. Het opgietwater wordt tevens gebruikt voor het laten opwellen van de verse berkentwijgen met blad (welke in het voorjaar gebonden en dan in de vrieskast bewaard worden). De geur van het Finse bos met zijn vele berken is een van de kenmerken van een echte Finse sauna. Het opgegoten water zal zich met de opstijgende luchtkolom boven de saunakachel door de saunaruimte verspreiden. Door de extreem droge lucht waarmee de sauna gevuld is, zal de waterdamp zeer snel door de lucht worden opgenomen. Door het tijdelijk oplopen van het dauwpunt* zal de waterdamp snel op de huid tot condensatie overgaan, waarbij zeer veel condensatiewarmte vrijkomt. De opgieting wordt daarom als een zeer snelle, intensieve, maar tijdelijke, verhitting van de huid en de ademhaling worden vastgesteld ervaren. Het opgietwater wordt vaak vermengd met geurstoffen, zoals eucalyptus. In plaats van speciale opgietmiddelen, welke in alcohol verdunde geurstoffen bevatten, kunnen beter pure etherische oliën gebruikt worden. Bij het gebruik van pure olie komen geen of minder afvalstoffen in de lucht. Pas op; opgietmiddelen zijn allemaal licht ontvlambaar en mogen nooit onverdund gebruikt worden. Bij het gebruik van berkentwijgen komen stofdeeltjes in de lucht die ook zeer brandbaar zijn. Goed reinigen van de saunacabine is alleen daarom al zeer belangrijk.

LUCHTBAD: Essentieel onderdeel van de afkoeling tijdens een saunacyclus. Door het verblijf in de koude buitenlucht, worden met name de longen gekoeld, eventueel in de longblaasjes gevormd condensatiewater, zal met de ademhalingslucht, tijdens het luchtbad verwijderd worden, Tijdens het luchtbad dient men rustig te wandelen of te bewegen, sterke lichaamsactiviteit moet worden afgeraden. Het is niet goed om tijdens het luchtbad te zitten of te liggen omdat men daardoor de kans loopt ongemerkt teveel af te koelen. De aanwezig­heid van een luchtbad is een essentieel onderdeel van de sauna, de Nederlandse Saunavereniging hanteert de mogelijkheid om naar buiten te gaan als een van de voorwaarden voor het lidmaatschap. In de praktijk kunnen luchtbaden zijn uitgevoerd van een kamer met openstaande ramen tot en met een luxe tuin met zonneweide of een groot dakterras.

LUCHTVOCHTIGHEID: Het gehalte in atmosferische lucht, aan gasvormige, onzichtbare waterdamp, gemeten in grammen per kubieke meter (=absolute luchtvochtigheid). De hoeveelheid water die maximaal door een kubieke meter lucht kan worden opgenomen (= maximale vochtigheid) stijgt of daalt met de temperatuur, bijvoorbeeld; 590 gram bij 100 graden, 129 gram bij 60 graden, 51 gram bij 40 graden en 5 gram bij 0 graden Celsius. Bij het berekenen van de procentuele verhouding tussen de Maximale vochtigheid en de Absolute vochtigheid verkrijgt men de waarde voor de Relatieve vochtigheid. De absolute luchtvochtigheid in een sauna moet liggen tussen ca. 10 en 30 gram per kubieke meter. Deze waarde is belangrijk om het verdampen van zweet mogelijk te maken. Om te voorkomen dat de slijmvliezen van de ademhalingswegen, die tot ongeveer 40 graden verwarmd worden, te droog worden mag de absolute vochtigheid niet beneden 10 gram per kubieke meter lucht komen. De relatieve luchtvochtigheid in een opgewarmde saunacabine is ongeveer als volgt verdeeld;
Aan het plafond: 2-5% bij 100graden en 2,4-7% bij 90graden
Middelste bank 5-15% bij 70 graden en 8-23% bij 60 graden
Onderste bank 13- 37% bij 50 graden
Vloer 20-60% bij 40 graden
(De aangegeven waarden op vloerniveau zijn sterk afhankelijk van het gebruikte verwarmingssysteem, bij systemen waarbij de vloer tot 50 graden wordt opgewarmd zal de relatieve vochtigheid tussen 13 en 40% liggen. Een hoge vloertemperatuur is onaangenaam voor de voeten (rooster of matten gebruiken) maar is beduidend hygiënischer. )

.
Sauna-
Encyclopedie 
J/K/L
w x y z.
t u v.
p q r s.
m n o.
j k l.
a b c.
d e f .
g h i.